spin en effect

Bespreek hier de algemene zaken die met tafeltennis te maken hebben
mank
Platinum Member
Platinum Member
Berichten: 1107
Lid geworden op: 23 Apr 2011, 14:47

spin en effect

Berichtdoor mank » 03 Mar 2017, 07:39

Iedereen weet dat bijvoorbeeld een serve spin aan een bal kan geven.
Dit is natuurkundig alleen niet de enige rotatie waar je bij tafeltennis mee te maken hebt. Deze tekening toont wat ik bedoel
Afbeelding

Een bal is met spin opgeslagen en het effect ervan of de voorspelling is dat die onder een hoek A wegsprong of zal wegspringen van het batje.
De hoek van inval is hier negentig graden en de standaard natuurkundige voorspelling is dan dat de bal onder zelfde hoek terugstuit. Dit gebeurt niet zelfs niet bij lange noppen..
De balrichting vanaf het batje is gedraaid tov de richting naar het batje
Iedere tafeltennisser kent dit fenomeen uit ervaring, Natuurkunde gaat alleen uit van de ruimte ipv het batje en dan is deze verandering van richting ook een draaiimpuls.
De draaiing A tijdens de stuit tov het blauwe vlakje even als zogenaamd tweedimensionale ruimtelijke natuurkundige referentie (of simpelweg de achtergrond van de tekening)- van de stuitrichting tov de standaard voorspelling voor botsingen en stuiten ; "hoek van inval=hoek van uitval", geldt als een draaiimpuls linksom en de inkomende spin van de bal zelf is ook linksom, zelfde draairichting. Andersom zou ook merkwaardig zijn.
De draaiing van de hoek van uitval tov de standaard voorspelling is een draaiimpuls voor de stuit omdat de impulsrichting (en bewegingsrichting) verandert tov die standaard stuitrichting,

Ik heb ook nog het punt O aangegeven als zwaartepunt van batje en bal samen.
Het punt O kan dan tegelijk als bewegende oorsprong voor de aankomende botsing binnen die ruimte genomen worden en naarmate de bal het batje dichter nadert komen de zwaartepunten (Z) van bal en batje steeds dichter richting elkaar en richting het punt O tot de stuit waarna ze zich weer verwijderen van O en van elkaar. Met het verbindingslijntje tussen bal en batje als eendimensionale ruimtelijke dimensie X waarlang de bal en punt O bewegen richting het batje (wat eventueel ook richting O en de bal kan bewegen draait nu dit dimensie lijntje zelf tijdens de stuit en daarmee de eendimensionale ruimte X als dimensie binnen de tweedimenionale ruimte, het blauwe vlakje.
Het blauwe vlakje als achtergrond draait immers niet mee.
Ook punt O beweegt zich na de stuit in een andere richting binnen het blauwe vlak en dan krijg je een relatieve verandering van draaiimpuls tijdens de stuit doordat de ruimte die dan alleen nog uit rubber bestaat ahw vervormd door de relatieve spin tov punt O. Door het zo te zien kan de speler die het batje vasthoudt dus ook zelf spin geven aan het batje tov punt O en zo de spin doen toenemen.
heretisch een beetje ingewikkelder maar meer overeenkomstig met het echt spelen. De ruimte (het rubber) zal dan tijden de stuit nog meer vervormen en zowel de uitgaande spin als de uitgaande bewegingsrichting veranderen dan ook daardoor. De balafsprong hoek wordt hierdoor dan ook beinvloedt en i s dus niet zomaar een konstante bij elk batje wat sommigen denken of aannemen.
Door gewoon meer of minder effect te geven (in wezen uit batspin ook tov punt O) kan die ook hoger of lager uitkomen.
Opletten dus wel met tafeltennis want de eendimensionale ruimte kan gaan draaien tov bijvoorbeeld de tafel als iemand met spin heeft opgeslagen of als je zelf te veel of te weinig spin geeft. :). Dan denk je de bal ergens te plaatsen maar komt die ergens anders terecht. Eventueel zelfs naast de tafel of in het net of over de tafel.
De elasticiteit van het rubber en de grip tussen rubber en bal brengen de batspin over en genereren zelf geen spin. Demping en grip halen wel spin uit de bal en dit geeft ook de draaiiimpuls aan de lineaiire impuls tijdens de stuitfase enl de hoek A als afwijking van wat natuurkundig standaard is voor een stuit zonder spin. .Daardoor gaat de wet van behoudt draaimpuls toch nog op.of deels ook al is de meeste spin uit de bal. Deels doe ik erbij omdat een deel van de spin volgens mij ook nog elastisch omgezet wordt naar een lineaire impuls (verandering), De bal versnelt tegelijk ook iets voor een spinafname. De totale impuls blijft dan behouden en de energie ook maar de draaiimpuls en de lineaiere impuls afzonderlijk niet helemaal.

Consekwentie en ervaring is in ieder geval wel dat de bal zelf een deel van de spin verloren heeft tijdens de stuit met effect. Anders zou dat ook in strijd zijn met de wetten van behoudt impuls en /of energie. Een speler zou met zijn batje dan al spin kunnen geven alleen door een bal op te vangen.
De bal inclusief spin wordt opgevangen en het effect van de spin (tijdens de contaktfase zijn het batje en de bal even heel kort een fyysich geheel) op het rubber geeft de andere bewegingsrichting.
Iemand die zegt "de bal had meer effect dan ik dacht" na het retourneren van een serve bedoeld dus "de bal had meer effect uit de serve van de tegenstander of uit jou serve dan ik dacht".
Effect zelf is dus meer een "natuurkundige eigenschap" van botsingen en stuiten met spin waardoor die afwijken van wat anders als standaard geldt : "hoek van uitbal is hoek van inval".
Voor je de bal raakt moet je dus al niet meer van die standaard uitgaan want dan ben je tijden het spelen zeker te laat. A moet dan al zijn ingeschat.




.